Advertisements

Rumi ♡ Love

May 29, 2018

Ego & The Opposite

December 7, 2015

This is a guest post by RF Grant.

Through many years of conditioning—specifically as a result of competitive society—humans haven’t had much of a choice but to practice the “ego” state of mind continually. According to Eastern thought, this is the mind that constantly measures, compares, or identifies all sense-objects in reality. When we analyze most modernized, capitalistic societies, we see an underlying value within its people’s minds: a carnivorous mentality of competitiveness pervading our every choice.

Somehow, the perceived rewards of this state are yielded materialistically. It doesn’t matter who you are—if you’re driving the newest car, owning property spanning several thousand square feet, wearing designer clothing, and living through the illusions of the internet to prove it to strangers—these qualities belong, by most standards, to someone who’s admirable, someone who’s made it, a desirable person anyone would want in their life. As long as one continues to grow their material wealth and net worth, they will be adored, accepted, and loved; anything to make us compare ourselves to those passd on the streets every day. Anything to make us measure our bank account zeros to our neighbor’s. Anything to create an identity which separates us from the meaningless herd from which we belong.

But beneath it all, what is this perpetual state of mind really doing to us? What is it doing to our sentimentalism, our emotional well-being—even our souls?

Buddhism refers to the ego-mind as the root of all suffering. In Christianity, the comparable term is, perhaps, pride. Sects of Hinduism philosophize extensively on the nature of the ego in the Upanishads, exhaustively stating that its mindset—the mind which compares, measures, and identifies everything—is illusory. That it belongs to the projection of Māyā: the illusion, our world.

Buddhists believe that Taṇhā, or craving, is a primary reason why we are reborn into this cyclical world. The insatiable craving for worldly things—expensive cars, money, property, and the influence it will have on others—is the reason why our souls cannot ascend to higher realms when we die. Buddhists believe the soul’s intent using the mind causes its destination, and Taṇhā (craving for the things of this world) is a conscious intent conditioned by such things as ignorance and society.

Like an addiction, our sense of craving for the world, its objects, and the influence, won’t fade until our consciousness expands outside of the state that addiction originally placed us into. Even in Biblical scripture, John 2:16 – 17 states, “For everything in the world—the lust of the flesh, the lust of the eyes, and the pride of life—comes not from the Father but from the world. The world and its desires pass away, but whoever does the will of God lives forever.”

So, why has the majority turned out this way? Generally, why are the values of the majority of people in this modern world completely against the syncretic path all religions have placed before us? It’s a hard question. Perhaps it is the Great Test underlying our daily troubles. Whether you believe in this article or not—whether you believe in what religions are preaching or not—go out into the world tomorrow. Start to experience it differently; as fragmented. See it in the eyes of the people around you, in the wilderness and its sights and sounds. Listen, look. Pay attention. Be aware. There might be a substratum behind the façade of everyday life.

Just for a day, pull away from constantly attempting to outdo those in your social life. Instead, see them as God’s creatures, each with a special gift they can offer. Love them instead of one-upping them. Listen instead of talking. See one another for our sufferings rather than what we own and what we’re trying to prove. And always, always ask questions—about others, about yourself, about the nature of our world. Perhaps then, a new path begins. One which leads to the reconciliation of opposites.
©2015 Works of R. F. Grant

cccbecfe64cb486f63f3edca1eab490c

 

Seks is dé energie die kan getransformeerd worden

Als er een moment komt waarop die energie uit je laatste centrum de kosmos in stroomt wordt je geen dier meer. Het dier schuilt nog wel in je, maar je bent geen dier meer. Het dier trekt je steeds naar beneden. Daar is niets op tegen, een dier kan nu eenmaal niet anders. Het trekt je omlaag naar het sekscentrum en daar blijf jij omheen draaien. Maar de mogelijkheid om steeds weer omhoog te komen is er. Als het eenmaal gebeurt ben je nooit meer dezelfde. Het is een ontwikkeling. Het is meer dan alleen maar een ervaring, het is een groei.

Seks is dé energie. De energie kan getransformeerd worden – ze kan een hogere energie worden. Hoe hoger ze komt, hoe minder seksualiteit erin blijft. En als ze haar allerhoogste punt heeft bereikt, is ze nog slechts liefde en mededogen. Die uiteindelijke bloei kunnen we goddelijke energie noemen maar de basis, de haard blijft seks. Seks is de eerste, de onderste laag van energie – en God is de hoogste laag. Maar dezelfde energie beweegt in alles.

Tweeduizend jaar christelijke onderdrukking van de seksuele energie heeft ervoor gezorgd dat de westerse geest er enorm door geobsedeerd is geraakt. Tweeduizend jaar is het obsessie geweest om die energie uit te schakelen. Maar energie kun je niet uitschakelen. Hoe meer je ertegen vecht, hoe meer je het onderdrukt, des te seksueler word je. Seks nestelt zich dieper in je onderbewuste, ze vergiftigt je hele wezen. Je kunt de energie alleen transformeren – naar een ander niveau of dimensie brengen.

Na tweeduizend jaar onafgebroken seksuele onderdrukking heeft het Westen er schoon genoeg van. Het was te veel. Nu draait het wiel in de andere richting. De verdringing heeft plaats gemaakt voor een nieuwe obsessie: zich uitleven, zich eraan te buiten gaan. De mind heeft zich van de ene naar de andere pool verplaatst. De ziekte blijft dezelfde. Eerst was het verdringing, nu probeert men er steeds meer in te zwelgen. Het getuigt allebei van een ziekelijke mentaliteit.

Seks moet getransformeerd worden, niet verdrongen en evenmin tot in het absurde uitgeleefd. En de enige manier is om seks te beleven met een diep meditatief bewustzijn. Beleef seks maar blijf er met je hele aandacht en bewustzijn bij wakker. Laat seks geen onbewuste kracht worden. Doe alles wat je doet met begrip en liefde.

Zodra je meditatief bent in je seksuele beleving, verandert de aard ervan. Dezelfde energie die eerst naar je seksuele ervaring ging, verplaatst zich nu naar het bewustzijn. Tijdens het hoogtepunt van een orgasme kun je bewuster worden dan waarin ook, geen enkele andere ervaring is zo diep, in geen enkele andere ervaring kun je zo verdwijnen, geen enkele andere ervaring is zo totaal. In een seksueel orgasme verdwijn je volledig, met wortel en al, met je trillende wezen. Lichaam een geest, beide verdwijnen erin en het denken komt volledig tot stilstand. Tijdens één enkele seconde, wanneer het orgasme zijn hoogtepunt bereikt, stopt het denken helemaal, aangezien je zo totaal bent dat je niet kunt denken.

In een seksuele orgasme ben je. Je bent het zijn zonder enige gedachte. Als je in dit moment alert, bewust kunt zijn, kan seks de deur naar het goddelijke worden. Als je in dit moment waakzaam kunt zijn, kan die waakzaamheid ook op andere momenten en andere ervaringen overgedragen worden. Ze kan een deel van je worden. Dan draag je die aandacht met je mee als je eet, loopt, je werk doet. Door seks heeft die aandacht je diepste geraakt. Ze is diep in je binnengedrongen. Nu kan je haar altijd bij je hebben. En als je meditatief wordt, word je je bewust van iets nieuws. Dat is dat het niet seks is die je gelukkig maakt, die je in extase brengt. Het is eerder een geestestoestand die vrij van gedachten is en een totaal opgaan in de daad die je dat gelukzalige gevoel geven.

Als je dat eenmaal begrijpt, zul je steeds minder behoefte aan seks hebben omdat die geestestoestand die vrij van gedachten is, ook zonder seks bereikt kan worden. Dat is ook de bedoeling van meditatie. Als je eenmaal weet dat hetzelfde kan gebeuren zonder seks, heb je seks steeds minder nodig. Er komt een moment waarop seks helemaal niet meer nodig is.

En denk erom dat seks altijd afhankelijk is van de ander. Seks is dus nooit helemaal vrij van onderwerping, van slavernij. Zodra je dit totale orgasme kunt oproepen zonder afhankelijk te zijn van iemand anders, zodra het een innerlijke bron heeft, ben je onafhankelijk, ben je vrij. Dat bedoelen ze in India als ze zeggen dat alleen een brahmachari, een mens die in totaal celibaat leeft, vrij kan zijn. Want nu is hij van niemand meer afhankelijk, zijn extase komt uit hem zelf.

Seks verdwijnt door meditatie maar daarmee verdwijnt niet de energie. Energie verdwijnt nooit, alleen de vorm van energie verandert. Nu is die niet langer seksueel. En als de vorm niet langer seksueel is, ga je liefhebben.

Een seksueel mens kan niet echt liefhebben, hij kan alleen de ander gebruiken en zijn liefde dient alleen om met de ander in contact te komen.

Iemand die dit seksuele stadium voorbij is en bij wie de energie een innerlijke stroom is geworden, kan uit zichzelf tot extase komen. Zijn extase is van hemzelf. Hij maakt voor heet eerst mee wat liefhebben is. Zijn liefde is een onafgebroken stroom, een constant delen met anderen, een constant geven. Om zover te komen hoef je niet tegen seksualiteit te zijn. Om zover te komen moet je seksualiteit als een deel van het leven, van een natuurlijk leven, kunnen zijn. Ga erin mee – maar ga er wel op een bewustere wijze in mee. Het bewustzijn is de brug, de gouden brug, van deze wereld naar de andere, van de hel naar de hemel, van het ego naar het goddelijke.

a6dd7881d2aea8f625b22f20bed2a499

 

 

 

 

Wanneer twee mensen elkaar ontmoeten, ontstaat er een nieuwe wereld. Iets dat nooit eerder heeft bestaan.

Een relatie verandert degene die je was prompt in iemand anders. Je vormt een relatie en die vormt op haar beurt jou.

Twee mensen ontmoeten elkaar – twee werelden ontmoeten elkaar. In het begin komen alleen buitenkanten bij elkaar. Als de verhouding intiemer wordt, hechter, dieper, naderen ook de middelpunten geleidelijk tot elkaar. Als middelpunten samen vallen, spreken we van liefde.

Liefde is heel zeldzaam. Om iemand in zijn middelpunt te kunnen ontmoeten moet je zelf een innerlijke revolutie doormaken want als je dat wilt, moet je ook toestaan dat die ander tot in jouw middelpunt doordringt. Je moet je helemaal blootgeven – kwetsbaar worden, volkomen kwetsbaar en open.

Ook al bedrijf je liefde met elkaar en voel je je seksueel tot elkaar aangetrokken, toch is seks ook maar buitenkant. Als de middelpunten elkaar niet ontmoeten is seks enkel een ontmoeting van twee lichamen. En een ontmoeting van twee lichamen is iets anders dan elkaar ontmoeten. Seks is niet veel anders dan een kennismaking – fysiek, lichamelijk maar het blijft kennismaking. Je kunt iemand alleen in je centrum toelaten als je niet bang bent, als er geen angst is. Het ene leven wordt door angst geleid, het andere door liefde. Met een leven dat door angst geleid wordt, kun je nooit tot een diepe relatie komen. Je blijft bang en daardoor kun je de ander niet toelaten – niet toelaten tot je diepste kern.

Een mens die zich door liefde laat leiden, is een religieus mens. Wie door liefde geleid wordt, is niet bang voor de toekomst, is niet bang voor hoe het afloopt of voor wat ervan komt – hij leeft in het hier en nu.

Dat is wat Krishna tegen Arjuna zegt in de Gita; ‘Maak je niet bezorgd om het resultaat.’ Denk niet aan wat de gevolgen ervan zijn. wees hier en handel totaal. Wees niet berekenend. Een angstig mens is altijd bezig met berekenen, plannen, regelen, veiligstellen. Hij verspilt zo zijn hele leven.

Liefde VS angst

Allen als je hier en nu kunt zijn, in dit moment, in dit heden, in deze volheid, kun je lief hebben.

Liefde is heel zeldzaam omdat ze alleen kan bloeien als er geen angst is, eerder nooit. Dat betekent dat je liefde alleen aantreft bij een diep spiritueel, religieus mens.  Seks kan iedereen hebben, kennismaken kan iedereen, maar liefhebben niet.

Als je niet bang bent valt er niets te verbergen. Dan kun je open zijn, alle muren neerhalen, de ander uitnodigen om binnen te komen in je diepste kern. En, let wel; als je iemand diep bij je laat binnenkomen, zal die ander jou ook diep bij zich laten binnenkomen want zo’n uitnodiging kweekt vertrouwen. Als je niet bang bent is die ander ook niet meer bang.

In jullie liefde zit nog altijd angst? Dan is het geen liefde, dan is het enkel een akkoord tussen twee angstige mensen die van elkaar afhankelijk zijn, die ruzie maken, die elkaar misbruiken, manipuleren, overheersen, bezitten, maar liefde mag je dat niet noemen.

Als je kunt liefhebben, hoef  je niet te bidden of te mediteren. Als je kunt liefhebben, kun je zelfs God helemaal vergeten want door je liefde heb je dat al allemaal: de meditatie, het gebed, God.

Dat is je al ten deel gevallen.

Dat is wat Jezus bedoelde toen hij zei; “Liefde is God.”

Maar liefde is mogelijk. Eerst moet de angst verdwijnen. En het vreemde is dat je zo bang bent terwijl je niets te verliezen hebt.

Kabir heeft ergens gezegd; “Ik vraag me af wat er met de mens aan de hand is. Hij is zo bang maar ik kan niet ontdekken waarom, want hij heeft niets te verliezen. Hij doet me denken aan iemand die naakt is en die nooit een bad in de rivier neemt omdat hij niet weet waar hij zijn kleren te drogen moet hangen.” Dit is de situatie waarin je verkeert. Je bent naakt, je hebt geen kleren aan je lijf maar maakt je altijd zorgen om je kleren.

Alles wat je bezit, wordt je afgenomen. Waarom deel je het niet met anderen voor dat je het wordt afgenomen? Dit is de enige manier om het te bezitten. Als je kunt delen en weggeven, ben je er de meester over.

Er is niets dat je altijd mag houden. Da dood maakt aan alles een einde. Er is een strijd tussen dood en liefde. Als je kunt geven er is geen dood. Voor dat je iets kan worden afgenomen, heb je het al weggegeven, heb je een geschenk van gemaakt.

Voor wie niet liefheeft, betekent elk moment een dood omdat hem elk moment iets wordt ontstolen. Zijn lichaamskrachten nemen af, hij gaat er elke moment op achteruit. En dan komt de dood en is alles voorbij.

Wat is die angst? Waarom ben je zo bang? Zelfs als alles over je bekend is en je een open boek bent, waarom ben je dan bang? Wat heb je daarvan te verliezen? Het is enkel te wijten aan misvattingen, aan wat is je ingeprent … je moet iets te verbergen hebben, je moet voor jezelf opkomen, je moet altijd bereid zijn om te vechten, iedereen kan een vijand zijn, ze zijn allemaal tegen je.

Niemand is tegen je. Zelfs als je het idee hebt dat iemand tegen je is, dan is hij dat nog niet, want iedereen is met zichzelf bezig, niet met jou. Er valt niets te vrezen. Dat moet je inzien voordat er een echte relatie mogelijk is. Er valt niets te vrezen.

32c185a4bd5beef7ef7f648f1519ad49

by Rigi

De teksten zijn uittreksels – samenvattingen-essentie uit mijn favoriete boeken van E.Tolle, Osho …