Wij lopen warm voor mensen als zij over eigenschappen of gaven beschikken die we vanuit ons standpunt als bijzonder beschouwen – van zulke mensen kunnen we houden. We proberen in hun nabijheid te zijn, en misschien proberen we zelfs hun vast te houden of hen aan ons te binden, alleen om over dit potentieel te kunnen beschikken. Vermoedelijk is het meestal afgunst.

Helaas hebben we er grote moeite mee om de eigenschappen waarop we zo afgunstig zijn te herkennen als een potentieel in onszelf. We geloven niet dat ze ook tot onze eigen wezen behoren. We kunnen bijna niet geloven dat we een dergelijk potentieel in ons innerlijk meedragen, dat we het hebben verdiend en dat we het werkelijk bewust in ons leven kunnen integreren.

Of  we het nu geloven of niet, onze wereld weerspiegelt heel ons wezen. Als we iemand op grond van zijn eigenschappen en karaktertrekken ‘geweldig’ vinden en van hem houden, is dat slechts een afspiegeling van onze eigen natuur. We dragen alles zelf ook in ons mee, onverschillig of we het als negatief of positief beschouwen. Bewust of onbewust.

Elk waardeoordeel is een teken dat we een deel van onszelf nog niet hebben geaccepteerd. Weerstand, afwijzing, kritiek – altijd is het tegen onszelf gericht.

Elk verlangen om iets te willen hebben, elk idee dat we iets nodig hebben, komt voort uit het niet onderkennen van onze eigen vermogens. Daarom is het buitenwereld slechts een spiegel van ons eigen wezen. Ze toont ons waar we nog niet ‘heel’ zijn en helpt ons ‘heel’ te worden. Dat wordt er bedoeld als er sprake is van ‘eenwording’ met alles. Dan hebben we ons wezen helemaal geaccepteerd en hebben we ons potentieel verwerkelijkt.

Dan is ons diepe verlangen vervuld en zijn we gelukkig.

Iedere ontmoeting met anderen draagt ertoe bij dat we beginnen te zien wat we nog niet als een bestanddeel van onszelf hebben aanvaard . Dat is de bedoeling die achter die andere zin van een intieme relatie schuilgaat; erkennen wie we in werkelijk zijn.

Veel mensen projecteren hun innerlijke gevoelens en gedachten naar buiten; ‘Je hebt me gekwetst!’ of  ‘Je hebt me teleurgesteld en bedrogen!’ of ‘Het is allemaal jou schuld!’ 

Soms neemt het andere vorm aan; ‘Ik moet ervoor waken dat ik straks gekwetst, bedrogen, teleurgesteld etc wordt!’ Dergelijke mensen voelen zich algauw het slachtoffer, al naargelang degene die ze zojuist hebben ontmoet. Of ze zeggen dat zij ‘het geluk hebben gehad’ de juiste partner te leren kennen. Toch zijn we het altijd zelf die (meestal onbewust) relaties aanknopen met juist die mensen of de intieme partner waaraan we op dat moment in ons leven behoefte hebben. 

Een dwangmatige jacht gericht op het bevredigen van het ego en dingen waarmee ze zich kunnen identificeren om dat gat dat ze in hun binnenste voelen te dichten

Een ander aspect van de emotionele pijn die een intrinsiek onderdeel is van ikzuchtige verstand is het diepgewortelde besef van ontoereikendheid of onvolkomenheid van niet heel te zijn. Bij sommige mensen is dat bewust, bij andere onbewust. Als het bewust is, manifesteert het zich door het ondermijnende en voortdurende gevoel niet waardig of niet goed genoeg te zijn. Als het onbewust is, voel je het alleen indirect als een intens hunkeren, verlangen en nodig hebben. In beide gevallen beginnen mensen aan een dwangmatige jacht gericht op het bevredigen van het ego en dingen waarmee ze zich kunnen identificeren om dat gat dat ze in hun binnenste voelen te dichten.

Dus streven ze naar bezit, geld, succes, macht, erkenning of een speciale relatie; vooral omdat ze zich dan beter kunnen voelen, zich completer kunnen voelen.

Maar ook als ze dat alles bereiken, komen ze al snel tot de ontdekking dat het gat er nog steeds is, dat het een bodemloze put is. Dan zitten ze echt in de problemen, omdat ze zichzelf niet meer voor de gek kunnen houden. Nou ja, dat kunnen ze dan nog steeds wel en ze doen het ook, maar het wordt wel moeilijker.

Zolang het ikzuchtige verstand de touwtjes van je leven in handen heeft, kun je je niet echt op je gemak voelen; je kunt je niet vredig of voldaan voelen, behalve tijdens korte perioden wanneer je net gekregen hebt wat je wilde of wanneer een diepe behoefte net is bevredigd. Omdat het ego een afgeleid zelfgevoel is, moet het zich identificeren met uiterlijke dingen. Het moet voortdurend zowel verdedigd als gevoed worden. De meest voorkomende identificaties van het ego zijn die met bezit, het werk dat je doet, sociale status  en erkenning, kennis en opleiding, lichamelijke verschijning, speciale vermogens, relaties, geschiedenis van jezelf en je familie… Maar je bent niets van dat alles.

Vond je dit beangstigend? Of is het een opluchting om dit te weten? Al deze dingen moet je vroeg of laat loslaten. Misschien vind je het nu nog moeilijk dat te geloven, en ik vraag je ook beslist niet te geloven dat je identiteit niet in deze dingen te vinden is. Je weet gewoon op een dag dat het waar is. Je weet het op zijn laatst als je de dood voelt naderen.

De dood betekent dat alles van je wordt afgenomen dat je niet bent.

by Rigi

De teksten zijn uittreksels – samenvattingen-essentie uit mijn favoriete boeken van E.Tolle, Osho …