Vormen van het pathologische ego

Mensen liegen om hun imago in de ogen van andere mensen op te poetsen: wie ze kennen, wat ze bereikt hebben, hun vermogens, bezittingen, en waarmee het ego zich verder identificeert. Sommige mensen echter, gedreven door het besef van tekortschieten van het ego en zijn behoefte aan ‘meer’, liegen uit gewoonte en uit een soort dwang. Sommige hebben genoeg bewustzijn in zich om het ego in zichzelf of in andere mensen te herkennen zodra het de kop opsteekt.

‘De hel, dat zijn de anderen’, de uitspraak van Sartre is de stem van het ego. Hoe sterker het ego in je is, des te waarschijnlijker is het dat andere mensen volgens jou de belangrijkste bron zijn van problemen in je leven.

Werken – met en zonder ego

Mensen die uitzonderlijk goed zijn in wat ze doen kunnen tijdens hun werk helemaal of grotendeels vrij zijn van ego. Ze weten het misschien niet, maar hun werk is een soort spirituele oefening geworden.

Zelf mensen met een zwaar ego beginnen soms te ontspanen, zijn minder op hun hoede en houden op met het spelen van rollen als ze met zulke mensen te maken hebben. Het is niet verrassend dat de mensen die zonder ego werken buitengewoon veel succes hebben met wat ze doen. Één zijn met wat jij doet.

Het ego bij ziekte

Ziekte kan het ego zowel versterken als verzwakken. Als je klaagt, last hebt van zelfmedelijden, of boos bent omdat je ziek bent, wordt het ego sterker. Het wordt ook sterker als je van de ziekte een deel ven je identiteit maakt: ‘Ik ben een patiënt met die en die ziekte.’ Ah nu weten we wie je bent. Maar sommige mensen die in hun gewone leven een groot ego hebben, worden tijdens ziekte opeens vriendelijke, aardige en veel prettiger mensen. Ze kunnen inzichten krijgen die ze in het gewone leven nooit zouden krijgen. Ze kunnen toegang krijgen tot hun verborgen kennis en tevredenheid en wijze dingen zeggen. Als ze dan weer beter worden, keert de energie en daarmee het ego terug.

Als je ziek bent, is je energieniveau heel laag en kan de intelligentie van het organisme de leiding nemen en de resterende energie gebruiken voor het genezen van het lichaam. Daardoor is er niet genoeg energie over voor het verstand, dat wil zeggen, voor egoïsch denken en emotie. Daarom hebben mensen, bij wie het ego tijdens ziekte sterker wordt, veel meer tijd nodig om te herstellen. Sommige mensen herstellen nooit; dan wordt de ziekte chronisch en een permanent deel van hun onware zelfgevoel.

Een onweerlegbaar bewijs van onsterfelijkheid

Het ego ontstaat door een splitsing in de menselijke psyche waarbij de identiteit zich splitst in twee delen die we ‘ik’ en ‘mij’ kunnen noemen. Het ego is daarmee schizofreen. Je leeft met een mentaal beeld van jezelf, een conceptueel zelf waar je en relatie mee hebt. Het leven zelf wordt geconceptualiseerd en losgemaakt van wie je bent als je het over ‘mijn leven’ hebt. Op het moment dat je ‘mijn leven’ zegt en denkt en gelooft in wat je zegt (in plaats van het als een taalkundige conventie te gebruiken), ben je het rijk van de waan binnengegaan.

Als er zoiets is als ‘mijn leven’, volgt daaruit dat ik en mijn leven twee dingen zijn en dus kan ik mijn leven, mijn ingebeelde gekoesterde schat, ook verliezen. De dood wordt een schijnbare werkelijkheid en een bedreiging. Woorden en concepten splitsen het leven in afzonderlijke segmenten die zelf niet werkelijk zijn. We zouden zelfs kunnen zeggen dat de opvatting van ‘mijn leven’ de oorspronkelijke waan van het afgescheiden zijn is, de bron van het ego. Als ‘ik’ en ‘het leven’ twee zijn, sta ik los van het leven, sta ik los van alle dingen, alle wezens, alle mensen. Maar hoe zou ik los kunnen staan van het leven? Wat voor ‘ik’ zou er los van het leven, los van Zijn, kunnen bestaan? Het is volstrekt onmogelijk. Er is dus niet zoiets als ‘mijn leven’ en ik heb geen leven. Ik ben leven. Ik en het leven zijn één. Het kan niet anders. Hoe zou ik dan mijn leven kunnen verliezen? Hoe kan ik iets verliezen wat ik niet eens heb? Wat Ik Ben. Het is onmogelijk.

Identificatie met verstand

Het grootste deel van het denken van de meeste mensen is onvrijwillig, automatisch en bestaat uit steeds terugkerende gedachten. Het is niet maar dan een soort mentale rus die geen bijzonder doel dient. Strikt genomen denk je niet: het denken gebeurt door jou. De uitspraak ‘ik denk’ veronderstelt dat je iets te willen hebt, dat je kunt kiezen. Bij de meeste mensen is dat niet geval. ‘Ik denk’ is net zo onwaar als ‘Ik verteer mijn eten’ of ‘Ik laat het bloed door mijn aderen stromen’. Spijsvertering gebeurt en de bloedsomloop gebeurt en denken gebeurt.

De stem in je hoofd leidt zijn eigen leven. De meeste mensen zijn aan da gaande van die stem overgeleverd, wat wil zeggen dat ze bezeten zijn door denken, door het verstand. En omdat het verstand geconditioneerd is door het verleden, moet je het verleden telkens op nieuw opvoeren. De oosterse term daarvoor is karmaAls je je identificeert met die stem, weet je dat natuurlijk niet. Als je het wist, zou je niet meer bezeten zijn, omdat je alleen bezeten bent als je de bezit nemende entiteit houdt voor wie je bent, dat wil zegen, als je dit wordt. Door een totale identificatie met het verstand ontstond er een onwaar zelfbesef – het ego.

7c1d78582593762e86eb6a70aa7ccbfd

By Rigi

De teksten zijn uittreksels – essentie uit mijn favoriete boeken van E.Tolle, Osho … 

2 Responses to “*Er is niet zoiets als ‘mijn leven’ en ik heb geen leven; ik ben leven*”

  1. dagliefboek Says:

    Uit welk boek komt dit? Erg interessant!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s