Ik, mij en mijzelf

Toen nam, na de 12 slagen van middernacht  op Oudejaarsavond in de kring der dorpelingen de troubadour zijn gitaar en zong:

“Het Leven is.., het Leven is.. een reis met veel stations
Soms lijkt het je geliefde maar daarna krijg je de bons
Het Leven is, het Leven is een leren zonder end
Waarbij je én je zwakten én je kracht-en-macht verkent.
Het Leven laat je nooit in je gewoontedrang verstijven
Vaak moet je rennen om maar op dezelfde plaats te blijven
En áls je ooit je doel bereikt dan is dat maar voor even
Geluk is nú en wordt straks aan een ander door gegeven

Het Leven doet geen moeite om je ego te behagen
Maar ‘t is een zoektocht naar jouw eigen specifieke vragen
Het Leven wordt vooruit geleefd, maar achteraf begrepen
Waar vaar jij op die Levenszee, waarheen wend jij je steven?
Soms denk je even, ‘Houe zo, maar vlak daarop ‘Wat mist er?’
Dat klopt, mijn vriend, je kunt niet zeilen op de wind van gister
Dus zet je zeilen op de wind die heden voor je blaast
Als je dat doet beloof ik je dat je jezelf verbaast

Maar ja, die vreemde anderen, die anders zijn dan ik
Met al hun malle fratsen, hun gezeur en landjepik
Waar ik zo vaak mee strijd en soms het onderspit in delf
Daar laat het Leven aan mij zien:  die ander ben jijzelf!
Het lastige en leuke dat de ander je vertoont
Zijn beide gasten in het huis dat jij nu hier bewoont
Soms wonen ze er net, soms  zijn ze uit ‘t verleden
Maar weet: Aan beide kanten heb je aandacht te besteden

Het Leven vraagt, Wat doe jij hier? Waar ben je voor gemaakt?’
Het houdt je wakker en wil niet dat je in slaap geraakt
Het ego zegt: ‘Dít wil ik niet – da’s niet gebudgetteerd’
De Ziel zegt, “ Kóm maar Levensles, wat moet er hier geleerd?”
Dan komt er vaak een einde aan een jarenlange stremming
En vind je op je levenspad vaak plots’ling je bestemming.
Ik hoop voor jou dat als je straks de eindstreep hebt gehaald
Dat je oprecht kunt zeggen:  ‘k Heb er alles uitgehaald!’

En heb ik eindelijk door dat ik mijn eigen schatten delf
Mij nooit iets anders overkwam dan ik, mij, en mijzelf
Dat door al die ervaringen ik voortbouw aan mijn ziel
Die diepverborgen blauwdruk van een goddelijk profiel
Dan weet ik diep van binnen dat mijn Reis nu echt begint
Hoe oud en wijs ik dacht te zijn, hier ben ik weer een kind
Ik sla een nieuwe mantel om en neem mijn staf ter hand
Neem afscheid van het oude hier, op weg naar een Nieuw Land

En niets meer heeft nog waarde, gewicht, betekenis
Behalve wat ik achterlaat, als mijn getuigenis.“

Advertisements